
Een fragment uit:
Als ik op Facebook over Wen schrijf, dan voelt dat alsof ik over iemands rug (lees, ellende), op een makkelijke manier, ‘likes’ aan het genereren ben. Tot ik lees dat sommige mensen die mij volgen nu daklozen groeten, of ze wat geven. Dan denk ik, fuck die ‘likes’, dat is gaaf! En vooral, dat is waardevol.
Daar is ze weer. Doorweekt, letterlijk paars van de kou. Met een hele lelijke hoest die vanuit haar tenen lijkt te komen. Ze is zelfs met de ambulance naar het zieken huis gebracht, vertelt ze, heeft een recept voor medicijnen gekregen, maar die kan ze natuurlijk niet betalen.
Niet veel later ligt ze beneden in bed en hangt haar jas voor de petroleumkachel te drogen. Als ik hem onder steboven hang, om de binnenkant van de capuchon ook droog te krijgen, valt er een hoopje troep uit haar zak. Nou ja, iets van haar nog enige bezittingen, die er voor mij uitzien als troep.
Een dakloze mens heeft net zo goed recht op privacy
redeneer ik netjes en ik wil alles terug in de zak stoppen, als ik een ID kaart zie. Mijn handen zijn een stuk minder netjes dan mijn hoofd en ik kan de verleiding niet weer staan. Nou ja, ik wíl de verleiding niet weerstaan, niet kunnen is onzin natuurlijk. Ik heb nog net het fatsoen om beschaamd te zijn.
Ik zie een foto van drie jaar geleden en ik schrik. Niet door wat er op die foto staat, nee, juist niet. Het verschil tussen drie jaar geleden en nu is ontluisterend groot.
Een ontluisterend verschil
Een gave huid, en schoon haar dat netjes in model is geknipt. Ogen, die veel zachter dan nu de wereld in kijken. Een laagje vet op haar wangen dat haar goed staat. Uit alle halve (nou ja, nog geen kwart) zinnen bij elkaar weet ik dat het leven al lange tijd hard voor haar is. Maar toch, het verschil tussen de vrouw die vanaf de foto naar mij glimlacht en de vrouw die nu beneden ligt te slapen is wereldschokkend groot.
Zo hard kan het gaan. Zo snel kan het gaan.
Als vanzelf denk ik na over hoe de afgelopen paar jaar voor mij geweest zijn. Jaren waarin ik mijzelf heel vaak zielig vond, en ook zielig was trouwens. Ja, het kan al tijd erger en soms is het goed om je dat te realiseren (iets dat héél makkelijk lukt met Wen in de buurt), maar over het algemeen is het een dooddoener.
Enge ziekte?
Het kan altijd enger.
Doet liefde pijn?
Er hebben ook mensen honger, dát doet pas pijn.
Ik zie er ook anders uit. Geen botox meer, geen kleurtje meer in mijn haar om het wat op te frissen.
Een ontluisterend verschil. Geen schoonheidsspecialiste meer die de boel wat bij houdt. Ach, echt heel gek deed ik niet, maar het ver schil zie je. En goed ook, al ben ik er eigenlijk niet zo mee bezig. Het was leuk toen het nog kon, maar dit is ook prima. Al heb ik wel weer rode nagels, daar word ik oprecht een blijer mens van. Maar dat uiterlijk niet belangrijk is? Ga eens een week als Wen door het leven, dan weet je wel beter.
Aan het eind van de middag bedenk ik ineens dat Wen al wel heel lang slaapt, en die hoest had. Shit, straks is ze dood, denk ik dramatisch en ik ga snel bovenaan de trap roepen.
Niks. Licht aan.
Nog steeds niks. Paniek.
Toch maar naar beneden.
Ja, ze ademt. Pfffft.
In haar slaap zie je nog een kleine glimp van wie ze vroeger was. Vroeger, drie jaar geleden dus.
Ik schud haar wakker.
Nog een kop koffie en dan de kou weer in.
Als ik later, voor de zekerheid, nog even naar beneden loop om te controleren of alles daar uit is, zie ik dat ze haar bed, net als altijd, netjes heeft opgemaakt.
Op versleten schoenen 2

'Op versleten schoenen' vertelt het verhaal van Wen, vanuit het oogpunt van Charlie.
Het is een verhaal over de bijzondere relatie tussen twee vrouwen, ieder aan hun eigen kant van de samenleving. Daar waar een flinterdun lijntje zomaar een wereld van verschil kan maken.
Maak kennis met Wen, een vrouw die dakloos werd.

